Grensoverschrijdende opleidingsprojecten

In een Europa zonder grenzen is internationalisering van het onderwijs aan de orde van de dag. In een grensregio is twee- (of zelfs drie-) taligheid van de bevolking erg belangrijk. Niet alleen ter verbetering van de communicatie tussen de bevolking onder elkaar, maar ook met het doel, de uitwisseling van arbeidskrachten binnen de regio te vergemakkelijken. De meeste kans van slagen bij meertaligheid heeft men bij jonge kinderen. Zo zijn er in het grensgebied al enkele kleuterscholen waar de kinderen op speelse wijze de eerste grondbeginselen van de taal van de ‘buren’ krijgen geleerd.  In 1995 startte Eurode al met het project “Eurobabel”. Dit hield concreet in, dat op enkele basisscholen in Kerkrade en Herzogenrath de aandacht gericht werd op de taal en cultuur van de buren aan de andere kant van de grens. Het programma was er op gericht, de kinderen bredere kennis te verschaffen over de grensregio waarin zij wonen en zo meer begrip te krijgen voor de kinderen die aan de andere kant van de grens een andere taal spreken. Dit project moet worden gezien als spiegelproject, waarbij een uitwisseling van Nederlandse en Duitse leerkrachten plaatsvond. Vanwege de forse personele inzet, moest bij een aantal deelnemende scholen de omvang van dit project noodzakelijkerwijs worden gereduceerd. Anno 2011 vindt wederom een uitwisseling van personeel en kinderen plaats.

Beheersing van de taal die meteen aan de andere kant van de grens gesproken wordt, was en is een heel belangrijk aspect in de grensregio. Voor jongeren is dit namelijk van groot belang als zij actief gebruik willen maken van toekomstige mogelijkheden op de grensoverschrijdende arbeidsmarkt.

De steeds toenemende interesse van leerlingen in het voortgezet onderwijs voor het leren van de taal van het buurland maakt duidelijk, dat wij ook hier op de goede weg zijn.

Overigens is inmiddels het verwerven van een “Euregio competentie” een vast bestanddeel geworden van talrijke studierichtingen in het beroepsonderwijs en aan alle HBO-scholen en universiteiten in onze Euregio.

In dit kader kan worden gewezen op een treffend voorbeeld uit het beroepsonderwijs waarbij flexibel wordt ingespeeld op zich ontwikkelende omstandigheden. Op grond van het feit dat in het verleden in Duitsland weinig opleidingsplaatsen aanwezig waren, bieden langs de Nederlands-Duitse grens steeds meer Nederlandse Regionale Opleidingscentra (ROC’s), een beroepsopleiding aan, aan Duitse jongeren.

Zo ondersteunde het Openbaar Lichaam Eurode enkele jaren geleden het initiatief van het in Heerlen (Nederland) gelegen beroepsopleidingscentrum “Arcus College”, om een Duitstalige opleiding te starten tot ‘horeca-manager’ (vergelijkbaar met de Duitse opleiding tot ‘Hotel-Betriebswirt’). Het verschil met het Duitse duale beroepsopleidingssysteem ligt hierin, dat de jongeren het beroep tijdens een vierjarige schoolopleiding leren, waarbij ruim een kwart van de opleiding bestaat uit beroepsstages bij bedrijven die aan de opleiding gerelateerd zijn.

Omdat dit opleidingsaanbod zeer in trek is geraakt, en nog is, bij de Duitse jeugd, zullen hieraan in de komende jaren ongetwijfeld nog meerdere beroepsopleidingen worden toegevoegd. Het Arcus College te Heerlen telt momenteel meer dan 200 beroepsopleidingen waar zo’n 10.000 studenten worden opgeleid.